Wet- en regelgeving
In dit gedeelte bespreken we de Europese wetgeving rond vergroening en de impact ervan op het vervoer van personen per autocar en autobus. De overgang naar een duurzame economie vereist ingrijpende veranderingen, vooral in de transportsector, die een cruciale rol speelt bij het behalen van milieudoelstellingen.
April 2024
AFIR Verordening
De uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen
De verordening maakt deel uit van het "Fit for 55"-pakket en stelt bindende nationale doelstellingen vast zodat de lidstaten van de Europese Unie (EU) openbare infrastructuren voor alternatieve brandstoffen (waaronder elektriciteit en waterstof) kunnen uitrollen, bestemd voor voertuigen op de weg, schepen in de haven en geparkeerde vliegtuigen, met bijzondere aandacht voor het trans-Europese netwerk.
Deze verordening werd aangenomen op 12 oktober 2023 en zal van kracht zijn vanaf 13 april 2024. De lidstaten moeten verschillende doelstellingen behalen, die geleidelijk worden ingevoerd tot 2035.
Wat betekent dit voor onze sector?
Laadinfrastructuur voor elektrische zware bedrijfsvoertuigen: Verplichtingen van de lidstaten
De lidstaten zijn verplicht om te zorgen voor een minimale dekking van laadpunten voor elektrische zware bedrijfsvoertuigen, met stapsgewijze doelstellingen als volgt vastgesteld:
- Uiterlijk 31 december 2025: Laadparken* moeten geïnstalleerd zijn op minstens 15% van het RTE-T*-wegennet, met een totale uitgangsvermogen van minstens 1.400 kW, inclusief minstens één laadpunt met een minimumvermogen van 350 kW.
- Uiterlijk 31 december 2027: Laadparken moeten ten minste 50% van het RTE-T-wegennet bestrijken, met een minimaal vermogen van 1.400 kW op het volledige netwerk en 2.800 kW op het kernnetwerk. Elk laadpark moet ten minste één laadpunt bevatten (twee voor het kernnetwerk) met een vermogen van minstens 350 kW.
- Uiterlijk 31 december 2030: Het uitgangsvermogen op het volledige RTE-T-netwerk moet 1.500 kW bereiken, met laadpunten om de 100 km. Op het kernnetwerk moet een vermogen van 3.600 kW beschikbaar zijn, met laadpunten om de 60 km.
- Uiterlijk 31 december 2027: Elke beveiligde en veilige parkeerplaats moet ten minste twee openbare laadstations bevatten, elk met een minimaal vermogen van 100 kW. Uiterlijk 31 december 2030, het aantal laadstations op beveiligde parkeerplaatsen moet worden verhoogd naar vier, met elk een minimaal vermogen van 100 kW.
- Uiterlijk 31 december 2025: Elk stedelijk knooppunt* moet openbare laadpunten bieden voor zware bedrijfsvoertuigen, met een gecombineerd vermogen van minstens 900 kW.Uiterlijk 31 december 2030, dit vermogen moet worden verhoogd naar 1.800 kW.
Waterstofinfrastructuur voor wegvoertuigen:
Uiterlijk op 31 december 2030 moeten de lidstaten ervoor zorgen dat openbare waterstofvulstations met een totale capaciteit van minstens één ton per dag worden geïnstalleerd op maximaal 200 km afstand van elkaar langs het kernnetwerk van het RTE-T. Daarnaast moet in elk stedelijk knooppunt ten minste één waterstofvulstation beschikbaar zijn.
Het vergemakkelijken van de betaling bij het oplaadpunt
Bestuurders van elektrische voertuigen en waterstofvoertuigen moeten gemakkelijk kunnen betalen bij laadstations en waterstofvulstations, hetzij met een betaalkaart, hetzij zonder dat een abonnement vereist is. De tarieven, inclusief een gedetailleerde opsplitsing van alle kosten en specifiek per laadbeurt, moeten duidelijk aan de gebruikers worden getoond voordat de laadbeurt begint.
Definities
- Laadpark: Eén of meerdere laadstations op een specifieke locatie.
- Kernnetwerk van het RTE-T: Een subset van het volledige RTE-T-netwerk, bestaande uit de belangrijkste verbindingen tussen grote steden en stedelijke knooppunten. Dit netwerk moet tegen 2030 voltooid zijn en voldoen aan de hoogste infrastructuurnormen.
- Globaal netwerk van het RTE-T: Een Europees netwerk van transportinfrastructuur dat spoorwegen, binnenwateren, korteafstand-zeeverbindingen en wegen omvat. Het verbindt stedelijke knooppunten, zee- en binnenhavens, luchthavens en terminals en dient als basis voor de identificatie van projecten van gemeenschappelijk belang.
- Stedelijk knooppunt: Een stedelijk gebied waar de transportinfrastructuur van het trans-Europese vervoersnetwerk, zoals havens (inclusief passagiersterminals), luchthavens, treinstations, logistieke platforms en vrachtterminals binnen en rond de stedelijke agglomeratie, verbonden is met andere delen van deze infrastructuur en met regionale en lokale verkeersinfrastructuur.
Februari 2024
Richtlijn Green Claims
In maart 2024 heeft de Europese Commissie de richtlijn (EU) 2024/825 gepubliceerd, gericht op het bestrijden van greenwashing en het beschermen van consumenten in hun groene transitie. Deze richtlijn versterkt de bestaande wetgeving om misleidende claims over milieuvriendelijke producten te voorkomen en bevordert een circulaire en duurzame economie.
In het bijzonder wijzigt ze de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken (2005/29/EG) door vage of niet-verifieerbare milieuklachten te verbieden, zoals de bewering van koolstofneutraliteit enkel door compensatie van emissies. De richtlijn breidt ook praktijken uit met betrekking tot vroegtijdige slijtage en versterkt de transparantie van duurzaamheidsetiketten.
Nieuwe beperkingen op commerciële praktijken
De lijst van handelspraktijken die in alle gevallen als oneerlijk moeten worden beschouwd (de zogenaamde "zwarte lijst") wordt onder andere uitgebreid met vier praktijken van greenwashing:
- Het tonen van een duurzaamheidslabel dat niet gebaseerd is op een certificeringssysteem of dat niet is ingesteld door openbare autoriteiten.
- Het maken van een algemene milieuverklaring waarbij de professional niet in staat is om de erkende uitstekende milieu-prestaties in verband met de verklaring aan te tonen.
- Het maken van een milieuverklaring over het gehele product of de onderneming van de professional, terwijl deze slechts betrekking heeft op één aspect van het product of een specifieke activiteit van het bedrijf.
- Stellen, op basis van de compensatie van broeikasgasemissies, dat een product een neutrale, verminderde of positieve impact heeft op het milieu met betrekking tot deze emissies.
Nieuwe rechten voor consumenten
Daarnaast vereisen wijzigingen in de Richtlijn consumentenrechten (2011/83/EG) dat bedrijven informatie verstrekken over de duurzaamheid, reparabiliteit en garanties van producten vóór aankoop. Deze veranderingen zullen een directe impact hebben op de handelspraktijken van bedrijven, waarbij ze worden verplicht om hun milieuklachten te verantwoorden en te onderbouwen met verifieerbare en onafhankelijke criteria.
Het bedrijf moet specifieke informatie verstrekken over de duurzaamheid en de reparatiebaarheid van een product, wat soms zeer veeleisend en moeilijk te implementeren is, voor alle soorten goederen voordat het contract wordt gesloten. Onder deze informatie vallen onder andere:
- Informatie over het bestaan en de duur van de commerciële garantie op duurzaamheid die door de fabrikant wordt gegeven.
- Het bestaan en de duur van de periode waarin de fabrikant zich verplicht om updates te leveren voor goederen met digitale elementen.
- De reparatie-index van het product; geharmoniseerde eisen zullen op dit gebied op EU-niveau worden ingevoerd. Als een dergelijke index niet bestaat, moeten andere reparatie-informatie, zoals de beschikbaarheid van reserveonderdelen of een reparatiehandleiding, worden verstrekt.
Een Green Claims II Richtlijn in de toekomst?
Een toekomstige richtlijn voor Green Claims zou verder kunnen gaan door de labels voor milieuklachten en de claims over groene prestaties te reguleren, om consumenten betrouwbare en vergelijkbare informatie te bieden. Lidstaten moeten deze maatregelen omzetten in nationale wetgeving vóór 27 maart 2026 en de maatregelen toepassen vanaf 27 september 2026.
Juli 2023
Count EmissionsEU
In juli 2023 heeft de Europese Commissie een pakket van drie voorstellen ingediend om het goederenvervoer te verduurzamen. Eén van deze voorstellen betreft de invoering van een uniforme methode voor het berekenen van broeikasgasemissies (BKG) van transportdiensten, genaamd CountEmissionsEU. Dit initiatief heeft betrekking op zowel goederen- als passagiersvervoer.
Het doel is ervoor te zorgen dat de gegevens over BKG-emissies die worden verstrekt met betrekking tot transportdiensten betrouwbaar en nauwkeurig zijn, zodat een eerlijke vergelijking tussen deze diensten mogelijk is.
Het voorstel stelt een methodologisch kader vast, maar schrijft niet voor wanneer dit gebruikt moet worden. Indien een organisatie er echter voor kiest om informatie over BKG-emissies van transportdiensten te berekenen en openbaar te maken, moet zij de voorgeschreven methode toepassen.
In het Europees Parlement is dit dossier behandeld via de gezamenlijke commissieprocedure, waarbij de commissies Vervoer en Toerisme en Milieu, Volksgezondheid en Voedselveiligheid betrokken waren. De commissies hebben op 4 maart 2024 hun gezamenlijk verslag aangenomen.
Het Parlement heeft tijdens de plenaire zitting van april zijn standpunt in eerste lezing vastgesteld. Het nieuwe Parlement zal nu moeten beslissen of het wil beginnen met trialoogonderhandelingen met de Raad.
FOCUS OP MKB
Om de administratieve lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) te beperken, voorziet het voorstel in een vrijstelling van de verplichting tot verificatie van de naleving van de regels. Voor deze bedrijven blijft rapportage vrijwillig. Echter, wanneer zij milieuverklaringen afleggen of milieugerelateerde claims maken, moeten deze voldoen aan de nieuwe regels en de ISO-norm 14.083:2023. Kmo's kunnen ook gebruik maken van gestandaardiseerde waarden, wat het rapportageproces zou moeten vereenvoudigen. Het blijft echter belangrijk om indicatoren zoals het aantal afgelegde kilometers en het aantal vervoerde passagiers bij te houden.
Dit voorstel moet worden gelezen in samenhang met de nieuwe richtlijn over groene claims (Green Claims Directive) en de CSRD-richtlijn (Corporate Sustainability Reporting Directive). Het is van toepassing op alle vormen van transport, waaronder wegvervoer (auto’s, bussen...), spoorvervoer, luchtvaart en maritiem vervoer.
Hoewel het systeem vrijwillig is voor kmo's, is het belangrijk om het verwachte "trickle-down"-effect te benadrukken. Grote klanten en opdrachtgevers die onder de wetgeving vallen of hun eigen rapportages willen opstellen, zullen waarschijnlijk ook emissiegegevens van hun vervoerders eisen. Bovendien kunnen duurzaamheidrapporten vereist zijn bij financieringsaanvragen.
INHOUDELIJK
Het voorstel beoogt een bredere benadering voor het berekenen van de uitstoot van vervoermiddelen, door niet alleen te kijken naar de tailpipe-uitstoot (de uitstoot die direct van de uitlaat van een voertuig komt), maar ook naar andere emissies die samenhangen met het gebruik van voertuigen. (Well-to-wheel) benadering. Naast de directe uitstoot worden ook indirecte emissies verbonden aan de productie en vervoer van brandstoffen meegenomen.
Voor personenvervoer wordt gerekend in passagiers-km, een uitstoot in gram per kilometer. Dit betekent dat de bezettingsgraad een belangrijke factor wordt. Het vervoer van primaire data, data die direct aan de bron worden gemeten (bv. brandstofverbruik, passagiers, vervoerskilometers,…) wordt aangemoedigd. Er zullen ook secundaire data worden uitgewerkt met standaardwaarden, alsook een EU-database met deze waarden. Deze data zullen aan kwaliteitscontrole worden onderworpen.
Besluit: Het CountEmissionsEU-voorstel stelt een bredere en diepgaandere benadering voor van hoe we de uitstoot van de transportsector meten, met een nadruk op de well-to-wheel benadering van de uitstoot van voertuigen en vervoersmodi. De belangrijkste voordelen van dit voorstel zijn een nauwkeurigere meting van de werkelijke milieu-impact, stimulans voor duurzamere innovaties en een consistentere en transparantere rapportage.
Het dossier bevindt zich momenteel in de triloogfase, de laatste fase van goedkeuring door de Europese instellingen.
April 2023
ETS 2 (European Emissions Trading System)
Het ETS 2 is een onderdeel van de FIT-for-55 wetgeving en betreft een uitbreiding van het reeds bestaande EU Emissions Trading System (EU ETS). Het stelt zich tot doel om de broeikasgasemissies in de nieuw onderworpen sectoren tegen 2030 met 42% te verlagen tegenover 2005, met als uiteindelijke doelstelling een nuluitstoot tegen 2050.
Het richt zich op sectoren die niet eerder direct onder het EU ETS vielen, zoals gebouwen en wegvervoer.
Wat is het ETS 2
Het ETS 2 wordt een apart emissiehandelssysteem specifiek voor de sectoren:
1. Gebouwen: Emissies afkomstig van verwarming en energiegebruik.
2. Wegvervoer: Emissies afkomstig van fossiele brandstoffen gebruikt door voertuigen.
3. Andere sectoren: industrieën die tot nu toe buiten het oorspronkelijke EU ETS vielen.
In tegenstelling tot de EU ETS systeem zullen er in het ETS 2 systeem geen gratis rechten worden uitgedeeld. Alle uitstootrechten zullen dus betalend zijn . Een deel van de opbrengst van de verkoop zal worden gebruikt om het Sociaal klimaatfonds te spijzen. Dit moet sociaal zwakkeren gaan ondersteunen. De opbrengen moeten worden gebruikt voor de vergroening.
De prijs van de emissies zal variabel zijn en door de markt worden bepaald door vraag en aanbod, men streeft naar een CO2 prijs van +/- 55 EUR/ton. ETS2 zal voor de lidstaten aanzienlijke inkomsten genereren die in de transitie naar o-emissie kunnen worden geïnvesteerd.
Werking
Brandstofleveranciers voor gebouwen en wegvervoer moeten emissierechten kopen voor de CO₂ die vrijkomt bij het gebruik van de brandstoffen die ze verkopen.
Het systeem werkt met een emissieplafond (Cap). Dit staat gelijk aan de totaal toelaatbare uitstoot. Dit plafond wordt jaarlijks verlaagd om emissiereductie te stimuleren. De rechten onder het plafond worden via een veiling verkocht en kunnen verhandeld worden (Trade) Dalen de emissies voldoende dan verlaagt de prijs, dalen ze onvoldoende zal de prijs per certificaat stijgen. Op die manier wil met de emissies tegen 2030 met 42% verlagen t.o.v. 2005.
Tijdslijn:
2025: start monitoring
2027: start veiling en emissiehandel
2028: emissieplafond daalt met 5,38% /jaar

Impact op de wegvervoersector:
Brandstofprijzen: Door de noodzaak voor brandstofleveranciers om emissierechten te kopen, zullen de kosten van diesel, benzine en andere fossiele brandstoffen gaan stijgen. Bedrijven in het wegvervoer worden gestimuleerd om over te stappen op zero-emissie voertuigen (zoals elektrische of waterstofbussen).
De Commissie had de kostprijs voor de emissierechten initieel geraamd op ca. 48 euro per emissierecht i. Bij de start gaat men uit van een prijs van 45 EUR (= index 2020 te corrigeren met EU inflatie). Wanneer de prijs gedurende een periode van 2 maanden dit niveau overschrijd kunnen in de eerste periode, tot 2030 extra certificaten in de markt gezet worden. Deze ingreep kan evenwel slechts 1x per jaar, waardoor prijzen toch verder kunnen stijgen.
Er bestaan verschillende modellen wat betreft mogelijke kostprijsstijgingen. Initieel ging men uit van een stijging van 0,11 cent per liter. (50 EUR/Ton) Recentere modellen waarschuwen voor potentieel veel hogere stijgingen wanneer emissiereductiedoelstellingen, niet gehaald worden.
Conclusie:
ETS 2 zal een belangrijke invloed hebben op de wegvervoersector, met een focus op emissiereductie. Het systeem zal kosten fossiele verhogen, maar ook innovatie en de overgang naar emissievrij vervoer en het gebruik van koolstofvrije/ arme brandstoffen stimuleren. Voor het personenvervoer betekent dit wellicht een versnelling richting duurzamere technologieën.
July 2021
Fit for 55
De klimaatverandering en de aantasting van het milieu vormen een bedreiging voor de toekomst van Europa en de wereld. Het EU-antwoord hierop is de Europese Green Deal, die de EU omvormt tot een moderne, grondstoffenefficiënte en concurrerende economie. De ultieme doelstelling is een klimaatneutraal Europa tegen 2050. Vandaag is Europa er al in geslaagd de netto-uitstoot t.o.v. 1990 al te verminderen met ongeveer 30%, en dit met een Economische groei van 60%.
De vervoerssector loopt evenwel achter, en is momenteel verantwoordelijk voor ongeveer 25% van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU, een uitstoot die de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. Om de klimaatdoelstellingen te halen waren ook in de vervoerssector ingrepen noodzakelijk.
De Europese Commissie heeft onder de noemer FIT-for-55 een reeks aanpassingen van het klimaat-, energie-, vervoers- en belastingbeleid van de EU voorgesteld.
Die moeten het mogelijk maken om reeds in 2030 netto 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990. Met de “Fit for 55”-wetgeving, die nu volledig op poten staat, is de weg vrij voor de EU om de klimaatdoelstellingen tegen 2030 op een rechtvaardige, kostenefficiënte en concurrerende manier te realiseren.
De lidstaten moeten de Europese doelstellingen nationaal implementeren, via een Nationaal klimaatplan.
De Commissie stelt voor om geleidelijk strengere CO2-emissienormen in te voeren voor bijna alle nieuwe zware bedrijfsvoertuigen met gecertificeerde CO2-emissies, vergeleken met de niveaus van 2019, en specifieker:
- 45% reductie van de emissies vanaf 2030;
- 65% reductie van de emissies vanaf 2035;
- 90% reductie van de emissies vanaf 2040.
Om de snellere uitrol van emissievrije bussen in steden te stimuleren, stelt de Commissie ook voor dat alle nieuwe stadsbussen vanaf 2035 emissievrij moeten zijn. Een tussentijds doel van 90% is vastgesteld voor deze voertuigen tegen 2030.
Januari 2023
Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD)
De CSRD-richtlijn (Corporate Sustainability Reporting Directive) is een recente Europese regelgeving voortkomend uit de Green Deal die de eisen voor duurzaamheidsrapportage door bedrijven aanscherpt.
Het doel is om de transparantie en harmonisatie van informatie met betrekking tot milieukwesties, sociale aspecten en goed bestuur (ESG-criteria) te verbeteren. Aangenomen in 2022 vervangt en breidt zij de verplichtingen uit die eerder waren vastgesteld door de NFRD-richtlijn (Non-Financial Reporting Directive).
De richtlijn werd omgezet in Belgisch recht in de wet van 2 december 2024 betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie en houdende diverse.
Wie wordt ermee bedoeld en vanaf wanneer?
2024: Moedervennootschappen van grote groepen die onderworpen zijn aan de verplichting om een geconsolideerd verslag inzake niet-financiële informatie op te stellen en openbaar te maken.
2025:
- De moederondernemingen van grote groepen die nog niet onderworpen zijn aan de verplichting om een geconsolideerd verslag inzake niet-financiële informatie op te stellen en openbaar te maken.
- Grote beursgenoteerde bedrijven die al onder de NFRD-richtlijn vallen, zullen hun eerste duurzaamheidsrapport publiceren.
Het zijn vennootschappen die op de balansdatum gedurende twee opeenvolgende boekjaren ten minste twee van de volgende drie criteria overschrijden:
- balanstotaal: 25.000.000 euro
- netto-omzet: 50.000.000 euro
- gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar: 250
2026: Beursgenoteerde KMO's, tenzij ze microvennootschap zijn, zullen verplicht zijn hun rapport te publiceren.
Groepen van genoteerde kleine en middelgrote vennootschappen zijn ook onderworpen aan de geconsolideerde duurzaamheidsrapportering.
2028: Bepaalde niet-Europese ondernemingen die in België door middel van een dochtervennootschap of een bijkantoor economisch actief zijn.
Dit betreft niet-Europese moederbedrijven met een geconsolideerde netto-omzet van meer dan 150 miljoen euro, die economische activiteiten binnen de Europese Unie uitvoeren via een grote Europese dochteronderneming of een Europese vestiging met een netto-omzet van minstens 40 miljoen euro.
Wat rapporteren en hoe?
De CSRD is gebaseerd op de drie pijlers van MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) en de analyse van dubbele materialiteit: bedrijven moeten niet alleen rapporteren over de impact van de maatschappij en het milieu op hun financiële prestaties, maar ook over de impact van hun activiteiten op de maatschappij en het milieu. EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) is aangewezen als technisch adviseur van de Europese Commissie om specifieke rapportagestandaarden te ontwikkelen: de ESRS (European Sustainability Reporting Standards).
In de praktijk vormen de ESRS de Europese rapportagestandaarden, die de milieu-, sociale en governancecriteria (ESG) omvatten. In het kader van de CSRD moeten bedrijven informatie verzamelen en openbaar maken over hun milieu-impact, sociale aspecten en governancepraktijken (ESG-criteria) om aan de vereisten te voldoen.
De ESRS behandelen de volgende thema's:
Hier is een overzicht van de te publiceren informatie:
- Een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap
- Een beschrijving van de duurzaamheidsdoelstellingen die het bedrijf heeft vastgesteld, samen met de bijbehorende termijnen, inclusief, indien van toepassing, absolute doelen voor de vermindering van broeikasgasemissies ten minste voor 2030 en 2050.
- Een beschrijving van de rol van de bestuurs-, directie- en toezichtorganen met betrekking tot duurzaamheid, evenals een overzicht van hun expertise en vaardigheden op dit gebied.
- Een beschrijving van het beleid van de vennootschap over duurzaamheidskwesties.
Om alle te communiceren informatie te bekijken, klik op de volgende link: Verplichting om duurzaamheidsinformatie bekend te maken | FOD Economie
Hoe de publicatie uitvoeren: Het bedrijf moet de duurzaamheidsinformatie duidelijk en afzonderlijk presenteren, hetzij in het jaarverslag, hetzij, op groepsniveau, in het geconsolideerde jaarverslag van de moedervennootschap. Het jaarverslag met daarin de duurzaamheidsinformatie moet elektronisch worden ingediend en gepubliceerd bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België.
Het bestuursorgaan is verantwoordelijk voor de publicatie van de duurzaamheidsinformatie.
UITZONDERING: Onder bepaalde voorwaarden kan een bedrijf worden vrijgesteld van het opstellen en publiceren van duurzaamheidsinformatie. Deze vrijstelling is van toepassing wanneer het bedrijf is opgenomen in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van zijn moedervennootschap. Echter, een dochteronderneming die een grote beursgenoteerde onderneming is, komt niet in aanmerking voor deze vrijstelling.
Controle van de rapporten
Om de betrouwbaarheid van duurzaamheidsinformatie te waarborgen, vereist de CSRD een externe controle door een wettelijke accountant. De Europese Unie heeft de bedrijfsrevisor aangewezen als de belangrijkste partner voor het uitvoeren van de controle op duurzaamheidsinformatie.
Bedrijven die onder de Europese richtlijn vallen, moeten hun duurzaamheidsgegevens laten verifiëren. Zelfs voor bedrijven die niet direct onder de CSRD vallen, kan het voordelig zijn om hun duurzaamheidsrapport te laten verifiëren, hoewel dit niet verplicht is.
Het is belangrijk te benadrukken dat het laten controleren van duurzaamheidsinformatie door een externe expert verschillende voordelen biedt, zelfs voor bedrijven die niet aan wettelijke verplichtingen onderworpen zijn:
- Deze controle versterkt de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de gegevens, vooral voor de belanghebbenden.
- Het voldoet aan de toenemende eisen van banken op het gebied van leningcriteria.
- Het biedt een objectief perspectief en helpt bij het identificeren van verbeterpunten, zowel in de rapportageprocessen als in de governance.
- Uiteindelijk draagt het bij aan het verfijnen van het besluitvormingsproces binnen het bedrijf.
Documenten:
Bronnen:
Duurzaamheidsrapportage door bedrijven - Europese Commissie
Voluntary reporting standard for SMEs (VSME), Concluded | EFRAG
Verplichting om duurzaamheidsinformatie bekend te maken | FOD Economie
Understanding the CSRD: extra-financial reporting obligations
ESRS: understanding European reporting standards
Tout comprendre à la CSRD en 12 questions | L'Echo
Zie ook:
Maatschappelijk verantwoord ondernemen | Belgium.be
Juni 2021
Europese Klimaatwet
Verordening (EU) 2021/1119
En juli 2021 trad in de Europese klimaatwet in werking, een essentiële pijler van de Green Deal voor Europa, een maand na de goedkeuring door de Raad. Deze wet legt de EU-landen nu de wettelijke verplichting op om te voldoen aan de vastgestelde klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050.
Deze wet stelt het kader vast voor de acties die de Europese Unie en haar lidstaten moeten uitvoeren om hun uitstoot geleidelijk te verminderen, met als doel klimaatneutraliteit van de EU tegen 2050 te bereiken.
De klimaatwet heeft als doel ervoor te zorgen dat alle Europese beleidsmaatregelen de ambitie van klimaatneutraliteit ondersteunen, met betrokkenheid van alle sectoren van de economie en de samenleving. Dit wordt onder andere gerealiseerd door:
"Ambitieuzere doelstellingen"
Het vaststellen van een ambitieuzer doel voor de EU tegen 2030, om de Unie op een samenhangend pad naar klimaatneutraliteit tegen 2050 te brengen.
"Volgsysteem"
De invoering van een systeem voor het volgen van de voortgang, met de mogelijkheid om indien nodig aanvullende maatregelen te nemen.
"Voorspelbaarheid"
De garantie van voorspelbaarheid voor investeerders en economische actoren.
De klimaatwet definieert ook de stappen die moeten worden genomen om het doel van klimaatneutraliteit tegen 2050 te bereiken:
- Na een grondige impactanalyse heeft de Europese Unie een nieuw doel voor 2030 vastgesteld, met als doel de uitstoot van broeikasgassen met ten minste 55 % te verminderen ten opzichte van de niveaus van 1990. Dit doel is opgenomen in de Europese klimaatwetgeving.
- In juli 2021 heeft de Commissie, in overeenstemming met de bepalingen van deze wet, een reeks wetgevende voorstellen gepresenteerd om de bestaande beleidsinstrumenten aan te passen en de extra noodzakelijke emissiereducties tegen 2030 te realiseren.
- De klimaatwet omvat ook een proces om een klimaatdoel voor 2040 vast te stellen.
Actualiteit: In februari 2024 heeft de Commissie een Mededeling gepresenteerd waarin wordt aanbevolen de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 % te verminderen ten opzichte van 1990.
December 2019
Groene Deal voor Europa (European Green Deal)
Het Groene Pact voor Europa is de groeistrategie van de Unie. Gelanceerd in 2019, omvat het een reeks maatregelen die de EU op weg moeten helpen naar de ecologische transitie, met als ultiem doel klimaatneutraliteit tegen 2050. Het benadrukt de noodzaak dat alle sectoren bijdragen aan de strijd tegen klimaatverandering. De strategie ondersteunt maatregelen in verschillende economische sectoren, zoals energie, transport, industrie, landbouw, duurzame financiering, enzovoort.
In het kader van dit pact hebben de Raad en het Europees Parlement, als medewetgevers, wetgeving aangenomen die de visie van de strategie omvormt tot wetten en regels, die nu in alle EU-lidstaten worden toegepast.
20 juni 2019
Richtlijn schone voertuigen
De Europese Richtlijn (2019/1161/EU) inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen legt minimumdoelstellingen op aan alle lidstaten inzake de aanschaf of de inzet van schone voertuigen via overheidsopdrachten of openbare dienstencontracten.
De richtlijn werd naar Belgisch recht omgezet via de wet van 18 mei 2022. Vanaf 9 juni 2022 zijn aanbesteders verplicht om de minimumstreefcijfers op te nemen in hun aanbestedingen en moeten ze ook de nodige cijfers rapporteren aan de FOD Beleid en Ondersteuning (BOSA).
Welke aanbestedingen zijn in scope?
- overheidsopdrachten voor de aankoop, leasing, huur of huurkoop van voertuigen;
- openbaredienstcontracten (cfr. Verordening 1370/2007) die betrekking hebben op het vervoer van personen per bus ;
- openbaarvervoersdiensten, diensten voor speciaal personenvervoer over land, personenvervoer zonder dienstregeling.
Opmerking: kleinere aanbestedingen die onder de Europese drempels liggen blijven buiten scope.
Welke voertuigen zijn betrokken?
Alle voertuigen van de categorieën M1, M2 alsook M3, Klasse I en Klasse A.
(Autocars M3, Klasse II en III alsook B) zijn voorlopig buiten scope omdat de technologie, ten tijde van de goedkeurig van de richtlijn nog in haar kinderschoenen stond. Ook voor rolstoelvriendelijke voertuigen bestaan uitzonderingen)
Welke zijn de streefcijfers?
Minimumstreefcijfers
De overheidsopdrachten moeten in overeenstemming zijn met de minimumstreefcijfers. Deze streefcijfers moeten behaald worden door elke aanbesteder, ongeacht het aantal van dergelijke opdrachten die de aanbesteder in de referentieperiode gunt en ongeacht het aantal voertuigen die op die manier worden aangekocht.
Om tegemoet te komen aan deze nieuwe regelgeving, werden er enkele velden toegevoegd aan de beheersgegevens van dossiers in e-Notification. Deze velden moeten verplicht worden ingevuld bij bekendmaking van een aankondiging van gegunde opdracht (CAN - formulieren F03, F06, F13, F15, F20, F21 en F22). Zie ook: https://www.vlaanderen.be/het-facilitair-bedrijf-overheidsopdrachten-en-raamcontracten/duurzame-en-innovatieve-overheidsopdrachten/productgroepen-duurzame-overheidsopdrachten/voertuigen
Te behalen streefcijfers: Onderstaande minimumstreefcijfers moeten per groep van voertuigcategorieën behaald worden voor de totaliteit van de opdrachten geplaatst door de aanbestedende overheid over de periode van 9 juni 2022 tot en met 31 december 2025 . De doelen moeten bijgevolg niet voor elke afzonderlijke overheidsopdracht behaald worden. M2 Minstens 38,5% van alle aanbestede voertuigen van deze voertuigcategorie moet voldoen aan de criteria van een schoon licht bedrijfsvoertuig, zijnde: - uitstoot maximaal 50 gram CO2/km; M3 – Klasse 1 + A = Bussen met staande passagiers
Een schoon zwaar bedrijfsvoertuig is: een voertuig van categorie M3 (klasse I, A) dat gebruik maakt van elektriciteit, waterstof, vloeibaar petroleumgas (LPG) of aardgas, inclusief biomethaan in gasvorm (CNG) en vloeibare vorm (LNG). Een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig is: een voertuig van categorie M3 dat alternatieve brandstoffen gebruikt, zonder interne verbrandingsmotor of met een interne verbrandingsmotor met emissies van minder dan 1 gram CO2/kWh, [4] of met emissies van minder dan 1 gram CO2/km. 45% van de aanbestede bussen moeten schone zware bedrijfsvoertuigen zijn
22,5% van de aanbestede bussen moeten emissievrije zware bedrijfsvoertuigen zijn. Overheidsopdrachten voor specifieke diensten Bovenstaande minimumstreefcijfers moeten ook behaald worden in overheidsopdrachten voor volgende dienstverlening: - openbaarvervoersdiensten – CPV-code: 60112000-6; - diensten voor speciaal personenvervoer over land – CPV-code: 60130000-8; - personenvervoer zonder dienstregeling – CPV-code: 60140000-1.