Maatschappelijke context
Dit thema biedt een beschrijving van de sociaal-economische context waarin de Europese wetgeving op het gebied van vergroening past.
De algemene maatschappelijke context binnen de Europese Unie wordt gekarakteriseerd door een groeiend bewustzijn van milieu-uitdagingen, de wens om over te schakelen naar een groenere en duurzamere economie, en de noodzaak om een balans te vinden tussen economische concurrentiekracht, sociale rechtvaardigheid en milieubescherming.
De Europese wetgeving op het gebied van vergroening past binnen deze context, die wordt beïnvloed door verschillende belangrijke dynamieken. Hier is een beschrijving van deze context:
1. Klimaatnood en milieubewustzijn:
Klimaatverandering: De gevolgen van de klimaatverandering manifesteren zich door een intensivering van extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven, droogtes, overstromingen en stormen. Deze gebeurtenissen komen vaker voor en zijn ernstiger, wat leidt tot menselijk verlies, verwoesting van eigendommen en grote economische ontwrichtingen. Deze verschijnselen benadrukken de dringende noodzaak om snel actie te ondernemen.
Burgerlijke mobilisatie: In de afgelopen decennia heeft milieueducatie een cruciale rol gespeeld in het vergroten van het publieke bewustzijn. De media, NGO's en bewustwordingscampagnes hebben bijgedragen aan het verspreiden van informatie over klimaatkwesties, waardoor de publieke opinie werd beïnvloed. Milieuonderwerpen zijn centraal geworden in publieke debatten, en het bewustzijn van klimaatrisico's wordt nu breed gedeeld.
Vooral de jongere generaties hebben een sterke betrokkenheid bij het klimaat getoond. Bewegingen zoals "Fridays for Future", geïnitieerd door de Zweedse activiste Greta Thunberg, hebben een ongekende wereldwijde mobilisatie gekatalyseerd. Deze bewegingen hebben overheden ertoe aangezet om de eisen voor snellere en ambitieuzere klimaatactie serieuzer te nemen.
2. Economische en energietransitie:
Decarbonisatie van de economie: De Europese Unie heeft zich gecommitteerd om tegen 2050 koolstofneutraliteit te bereiken, een doel dat is verankerd in de Europese Green Deal die in 2019 is aangenomen. Deze overgang is gebaseerd op een vermindering van 55% van de broeikasgasemissies tegen 2030 ten opzichte van de niveaus van 1990, in overeenstemming met het 'Fit for 55'-plan dat in 2021 werd gepresenteerd. Dit vereist ingrijpende veranderingen in de industrie, energie, transport en bouw. De CO2-uitstoot in Europa is tussen 1990 en 2019 met 24% verminderd, maar verdere inspanningen zijn nodig om de gestelde doelen te bereiken.
Hernieuwbare energiebronnen: De ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen staat centraal in de Europese energie strategie. In 2020 kwam 22,1% van de energie die in de EU werd verbruikt uit hernieuwbare bronnen, tegenover slechts 9,6% in 2004. Er zijn aanzienlijke investeringen gedaan, met name in wind- en zonne-energie, ondersteund door beleidsmaatregelen zoals de hernieuwbare-energierichtlijn die in 2009 is aangenomen en in 2018 is herzien. Tegen 2030 streeft de EU ernaar dat 40% van haar energie uit hernieuwbare bronnen komt.
3. Internationale druk en mondiale samenwerking:
Internationale akkoorden: De Europese Unie speelt een centrale rol in de internationale klimaatonderhandelingen. Ze was een van de drijvende krachten achter de Overeenkomst van Parijs, ondertekend in 2015 tijdens de COP21, waarbij landen zich hebben verbonden om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2°C, bij voorkeur 1,5°C, ten opzichte van pre-industriële niveaus. De EU heeft deze overeenkomst ook in 2016 geratificeerd, waarmee ze haar leiderschap op het gebied van klimaat op het wereldtoneel heeft versterkt. Deze leidersrol werd bevestigd tijdens latere COP’s, waar Europa heeft gepleit voor ambitieuzere toezeggingen van andere grote economieën.
Wereldwijde concurrentie: In een geglobaliseerde wereld moet de EU haar ecologische ambities in evenwicht brengen met de concurrentiekracht van haar bedrijven op het wereldtoneel. De Europese wetgeving probeert "koolstoflekkage" te voorkomen door standaarden te harmoniseren en tegelijkertijd groene innovatie te bevorderen.
4. Sociale en milieu-rechtvaardigheid:
Milieuongelijkheden: Klimaatverandering en milieudegradatie treffen disproportioneel de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. In Europa zijn sommige gebieden, zoals kustregio’s, mijnbouwbekkens of intensieve landbouwgebieden, bijzonder blootgesteld. Om deze uitdagingen aan te pakken, heeft de EU in 2020 het Just Transition Fund opgericht, met een begroting van 17,5 miljard euro, bedoeld om de regio’s en werknemers die het zwaarst worden getroffen door de ecologische transitie te ondersteunen. Het doel is een eerlijke transitie te waarborgen, waarbij niemand wordt uitgesloten.
Circulaire economie en duurzaamheid: De circulaire economie is een pijler geworden van de Europese strategie voor duurzame groei. In 2015 lanceerde de EU haar eerste actieplan voor de circulaire economie, gericht op het sluiten van levenscycli van producten door middel van recycling en hergebruik. Dit plan werd in 2020 versterkt met maatregelen om afval te verminderen, de levensduur van producten te verlengen, en duurzaamheid te bevorderen in belangrijke sectoren zoals elektronica, bouw en textiel. Het doel is om economische groei los te koppelen van het gebruik van grondstoffen.
5. Regelgevend kader en Europees beleid:
Green Deal voor Europa: Gelanceerd in 2019, is de Europese Green Deal een ambitieus programma dat erop gericht is om van Europa het eerste klimaatneutrale continent te maken. Het omvat wettelijke doelstellingen op het gebied van biodiversiteit, duurzame landbouw, circulaire economie en nulvervuiling. Dit onderwerp zal dieper worden behandeld op de volgende pagina.
Burgerbetrokkenheid en participatieve democratie: De EU moedigt de deelname van burgers en belanghebbenden aan bij de ontwikkeling van milieubeleid, met name via openbare raadplegingen en initiatieven zoals de Conferentie over de toekomst van Europa.