Verzekering
Dit thema behandelt de kwestie van verzekeringen voor vloten van emissievrije voertuigen. Met de overgang naar duurzame mobiliteit moeten bedrijven hun strategieën aanpassen, vooral op het gebied van verzekeringen, om elektrische of waterstofvoertuigen te dekken. We zullen de situatie in België onderzoeken met betrekking tot de specifieke aspecten van het verzekeren van deze vloten, zoals de criteria voor risicobeoordeling en de bijbehorende kosten.
Emissievrije vlooten: een uitdaging voor Belgische verzekeraars en bedrijven?
De belangrijkste uitdagingen van zero-emissie bussen en autocars
In het licht van milieu- en economische vereisten is de elektrificatie van wagenparken een belangrijke zorg geworden voor belgische bedrijven.
Tegenwoordig bieden alle fabrikanten elektrische bussen aan. Deze overgang naar 'groene' voertuigen brengt echter specifieke uitdagingen met zich mee voor verzekeraars, die grondig geanalyseerd moeten worden. De introductie van elektrische bussen in wagenparken vereist een zorgvuldige risicobeoordeling.
De uitdagingen voor de verzekeraar
Verzekeraars moeten de technische specificaties en kenmerken van deze voertuigen begrijpen, evenals de gevolgen op het gebied van veiligheid, onderhoud en kosten.
Ze moeten ook hun producten en prijsmodellen aanpassen om deze nieuwe realiteiten te weerspiegelen en te voldoen aan de Europese en Belgische beleidsmaatregelen die groene transportmiddelen bevorderen. Proactieve communicatie met fleetmanagers kan helpen om risico's beter te anticiperen en aangepaste oplossingen aan te bieden.
Het gebrek aan historische gegevens is eveneens een belangrijk aandachtspunt. Aangezien deze voertuigen nog relatief nieuw zijn, zijn er weinig statistische gegevens over de risico's op ongevallen, brand of diefstal.
Door inzicht te krijgen in deze specifieke kwesties en nauw samen te werken met de betrokken partijen, kunnen verzekeraars een sleutelrol spelen in de overgang naar duurzamere mobiliteit.
De uitdagingen voor het verzekerde bedrijf (transportoperatoren)
Hoge verzekeringskosten: De premies kunnen hoger zijn dan die van een voertuig met een verbrandingsmotor, vanwege de kostprijs van elektrische voertuigen.
Operationele risico's: Bedrijven moeten zich verzekeren tegen specifieke risico's, zoals batterijstoringen, stilstandtijden door gespecialiseerde reparaties of branden.
Wettelijke naleving: Bedrijven moeten aantonen dat ze voldoen aan alle veiligheids- en milieunormen.
Specifieke aandachtspunten voor verzekeringsdekking
- Batterijdekking: Batterijen zijn duur om te vervangen en vereisen een specifieke verzekering. Deze verzekering kan schade, slijtage of diefstal van de batterij dekken, inclusief gehuurde batterijen.
- Risico’s bij opladen: Opladen vereist specifieke infrastructuren. De verzekering moet risico’s zoals kortsluiting of brand dekken, inclusief de oplaadkabels.
- Onderhoud en reparaties: Onderhouds- en reparatiekosten verschillen van die van voertuigen met een verbrandingsmotor en liggen doorgaans hoger. Ook het risico op waardevermindering is groter. Een traditionele omniumverzekering is vaak onvoldoende. De dekking moet schade vergoeden die voortvloeit uit defecten in het elektrische/elektronische aandrijfsysteem en andere specifieke situaties voor dit type voertuig.
- Dekking van specifieke uitrusting: Elektrische bussen kunnen uitgerust zijn met specifieke systemen (zoals batterijbeheersystemen) die een aangepaste verzekering vereisen.
- Bijstand bij lege batterij: Een lege batterij kan een elektrische bus immobiliseren. Een verzekering kan specifieke bijstand bieden voor dergelijke situaties.
Bestaat er een wetgevend kader ?
In België bestaat er tot op heden geen specifieke wetgeving die de verzekering van groene autobussen of autocars regelt. Deze voertuigen vallen onder de algemene regelgeving voor de verzekering van gemotoriseerde voertuigen. Dit omvat de verplichte aansprakelijkheidsverzekering en de regels die van toepassing zijn op motorvoertuigen, of ze nu elektrisch, hybride of thermisch zijn.
Aangezien er geen specifieke wettelijke kaders bestaan, rijst de vraag wat deze verzekeringscontracten precies bevatten en welke soorten clausules doorgaans worden opgenomen. Op dit moment hebben verzekeringsmaatschappijen in zekere mate de vrijheid om de voorwaarden van hun polissen vast te stellen, wat leidt tot variatie in de geboden dekking, uitsluitingen en garantievoorwaarden.
Het is daarom belangrijk om deze contracten zorgvuldig te onderzoeken om een beter inzicht te krijgen in de huidige praktijken binnen deze sector.
Om deze kwestie grondig te onderzoeken, heeft het ICB gesprekken gevoerd met verschillende verzekeringsmakelaars. Deze makelaars waren bereid ons een overzicht te sturen van de clausules die doorgaans terug te vinden zijn in de verzekeringscontracten tussen verzekeringsmaatschappijen en bedrijven die passagiersvervoer uitvoeren met touringcars en bussen.
Deze uitwisseling heeft ons een beter inzicht gegeven in de gangbare praktijken binnen dit specifieke verzekeringsdomein:

De volgende maatregelen kunnen door de verzekeraars worden gevraagd.
Opladen van een batterij
- Het is niet toegestaan om bussen binnen op te laden
- Het opladen dient buiten plaats te vinden, op een afstand van minimaal 15 meter van de gebouwen zonder enige overkapping (m.a.w. onder de blote hemel). Onder een gebouw, zelfs als het volledig open is aan alle zijkanten, wordt niet als buiten beschouwd.
- Het opladen gebeurt in blokken van maximaal 5 aantal bussen.
- Er moet een minimale afstand van 15 meter worden gehandhaafd tussen de blokken met bussen die aan het opladen zijn. Als alternatief kunnen betonnen wanden worden geplaatst die 1,5 meter hoger zijn dan de bussen en aan de zijkanten 1 meter voorbij de bussen reiken. Ook bussen die zich in de oplaadzone bevinden maar niet aan het opladen zijn, worden meegerekend in het maximaal toegestane aantal bussen.
Stalplaats van de bussen
- De stalplaats van de elektrische bussen is, bij voorkeur, buiten onder de open lucht (maw onder de blote hemel)
- De regels voor het opladen van elektrische bussen die buiten gestald worden, zijn identiek aan diegene die gelden voor bussen die binnen gestald worden.
- Voor de stalplaats van elektrische bussen binnen (zonder opladen!) worden maximaal 5 bussen per volwaardig brandcompartiment El120 deuren El1 60 toegelaten. De binnenstalplaats dient voorzien te zijn van een sprinklersysteem (minimale densiteit van 20 l/min.m² voor een oppervlakte van 260 m²).
Organisatorische maatregelen
- Voor elke werkplaats is er een aparte quarantaineruimte buiten voorzien, waar bussen met problemen kunnen worden geplaatst zonder het risico op beschadiging van andere bussen en infrastructuur. Dit betreft bussen met elektrische storingen, schade na een ongeval of vergelijkbare problemen. De betreffende bus dient gedurende 5 dagen in quarantaine te blijven.
Toekomstperspectief
De volgende maatregelen kunnen door de verzekeraars worden gevraagd, maar het is belangrijk op te merken dat al deze clausules en voorwaarden waarschijnlijk niet tegelijkertijd kunnen worden geïmplementeerd. Een geleidelijke invoering zal noodzakelijk zijn, gezien de uitdagingen die de Europese verplichtingen op het gebied van verduurzaming met zich meebrengen.
Deze vereisten vormen een aanzienlijke uitdaging, zowel voor de verzekeraars, die hun dekkingen moeten afstemmen op de specificiteiten van emissievrije voertuigen, als voor de verzekerden, die moeten voldoen aan strenge technische en milieunormen.