Ongeregeld vervoer

1. Definitie

Met ongeregeld vervoer wordt bedoeld het vervoer dat niet aan de definitie van geregeld vervoer, met inbegrip van de bijzondere vormen van geregeld vervoer, beantwoordt en dat met name wordt gekenmerkt door het transport van vooraf samengestelde groepen, op initiatief van een opdrachtgever of van de vervoerder zelf. Onder ongeregeld vervoer wordt eveneens verstaan de internationaal geregelde diensten over een lange afstand.

2. Loonstelsel

In het ongeregeld vervoer wordt een forfaitair loon uitbetaald dat in functie staat van de diensttijd die de chauffeur(s) presteerde(n).

Diensten met één chauffeur

De in bovenstaande tabel genoemde bedragen zijn gewaarborgde dagbezoldigingen; een chauffeur het aangegeven bedrag zal ontvangen wanneer zijn diensttijd binnen de aangegeven grenzen valt, ongeacht de effectieve diensttijd. Met andere woorden: de bestuurder ontvangt het genoemde bedrag naar gelang van zijn dagelijkse diensttijd (en niet de rijtijd), naargelang die minder dan of gelijk is aan 6 uur, tussen 6.01 uur en 12.00 uur en per uur na 12.00 uur. Boven die dagelijkse diensttijd wordt een ARAB-vergoeding toegekend.

* Combinatie van ongeregeld en bijzonder geregeld waarbij de meeste uren in het ongeregeld worden gepresteerd: - In het geval er niet meer dan 6 uur in het ongeregeld worden gepresteerd (kleine amplitude): bovenop de kleine amplitude van het ongeregeld moeten ook de prestaties in het bijzonder geregeld worden betaald Bijvoorbeeld: 2u30 prestaties in het ongeregeld + 2u25 in het bijzonder geregeld = de kleine amplitude wordt uitbetaald + de uren gepresteerd in het bijzonder geregeld. Dezelfde redenering kan toegepast worden voor 5u40 prestaties in het ongeregeld + 2u25 minuten in het bijzonder geregeld = de kleine amplitude wordt betaald + de uren in het bijzonder geregeld. - In het geval van meer dan 6 uur prestaties in het ongeregeld (grote amplitude) : het geheel van de prestaties wordt betaald volgens het regime van het ongeregeld. Bijvoorbeeld: 9u40 + 2u25 = betaling van het geheel van de prestaties volgens het systeem van het ongeregeld.

* Combinatie van ongeregeld en geregeld vervoer met meer uren in het bijzonder geregeld dan in het ongeregeld: In dat geval wordt het geheel van de prestaties betaald volgens het barema van toepassing in het bijzonder geregeld vervoer.

Diensten met meerdere chauffeurs

Garageactiviteit

In dat geval is, zoals in bovenstaande tabel aangegeven, geen ARAB-vergoeding verschuldigd.

Anciënniteitstoeslag

Vanaf 01/01/09, chauffeurs die minimum 10 jaar anciënniteit tellen in hetzelfde bedrijf, hebben recht op een anciënniteitstoeslag van 2,21 EUR per prestatie. Dit bedrag wordt toegekend bovenop de hierboven beschreven dagbezoldigingen. Voor de bepaling van de anciënniteit wordt rekening gehouden met de startdatum van de arbeidsovereenkomst als chauffeur ongeregeld vervoer. Als chauffeurs verschillende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk ondertekend hebben, wordt rekening gehouden met de startdatum van de eerste overeenkomst als chauffeur ongeregeld vervoer.

Overuren en compensatiedagen

In het ongeregeld vervoer wordt de totale duur van de diensttijd berekend over de periode van een semester. Hierbij gaat men ervan uit dat een voltijds chauffeur 1564,5 uur presteert per semester. Die diensten die buiten deze grens worden gepresteerd worden vergoed als overwerk. Overuren worden betaald aan 14,66 €/u. De op zon- en feestdagen en op compensatiedagen verrichte overuren worden betaald aan 19,55 €/u. Als een chauffeur gemengde diensten presteert, zullen de uren welke in eenzelfde week worden gewerkt geglobaliseerd om eventuele overuren te berekenen. Dit geldt ongeacht in welke dienst deze werknemer heeft gewerkt. Deze regel geldt ook in geval van gelegenheidsaffectatie (zie 'gemengde bedrijven'). De compensatiedagen voor arbeid op zondag die niet binnen de zes dagen gerecupereerd worden, worden vergoed door een bedrag van 113,31€. Dit bedrag is forfaitair. Compensatiedagen voor feestdagen worden op dezelfde manier vergoed.

Meer concreet : * zondagwerk: - betaling van de prestatie tegen het normale tarief - recuperatie binnen de 6 dagen : geen loon - recuperatie later : 113,31 € * werk op feestdagen: - betaling van de prestatie tegen het normale tarief - recuperatie (binnen de 6 dagen of later) : 113,31 €

Economische werkloosheid, ziekte, arbeidsongeval en educatief verlof

Als een chauffeur ongeregeld vervoer economisch werkloos zou worden, moet een uurloon van 14,8643€ aangegeven worden. Ditzelfde uurloon moet worden toegepast in geval van ziekte, arbeidsongeval, educatief verlof en de vergoeding van de tijd van de verplichte permanente bijscholing.

Eindejaarspremie

De eindejaarspremie 2021 bedraagt 2186,82€. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Betalingsdatum van het voorschot: half december.

Het Sociaal Fonds betaalt een voorschot aan de leden van het rijdend personeel die recht hebben op deze eindejaarspremie. De wergever betaalt het te betalen bedrag op basis van de toekenningsmodaliteiten, verminderd met het voorschot.

Referentieperiode: kalenderjaar

Betalingsdatum: uiterlijk op de laatste werkdag van de maand december van het referentiejaar

Anciënniteit chauffeur: ten minste zes maanden tijdens de referentie periode Modaliteiten: de personeelsleden die gedurende het volledige referentiejaar hebben gewerkt, ontvangen het totale bedrag van de premie

Gelijkgestelde perioden:

* Wettelijke vakantie dagen

* Ziekte en arbeidsongeval

Premie berekend naar rata van de maanden arbeidsprestaties : De personeelsleden die in de loop van het referentiejaar : * toegetreden zijn tot werkloosheid met bedrijfstoeslag of met pensioen zijn gegaan ; * in dienst zijn getreden ; * ziek zijn geweest of arbeidsongeschikt zijn ten gevolge van een arbeidsongeval gedurende meer dan 6 maanden ; * werden ontslagen (behalve om dringende reden) ; bekomen de premie berekend naar rata van de maanden arbeidsprestaties. In de bovenstaande gevallen telt een effectieve arbeidsprestatie van ten minste 10 dagen voor een volledige maand. Deeltijds werk: naar rato van de wekelijkse arbeidsduur. Verlies van recht: * Opzegging door de werknemer in de referentieperiode en niet meer in dienst op 31 december van dat jaar * Ontslag voor dringende reden

Ecocheques

Elk jaar hebben chauffeurs die vanaf 1 januari van het betreffende jaar 5 jaar bij dezelfde onderneming in dienst zijn en het hele voorgaande kalenderjaar hebben gewerkt, recht op ecocheques ter waarde van 125 euro (indien van toepassing, naar rato van het werkrooster). De betaling van deze ecocheques geschiedt uiterlijk op 30/06 van het betrokken jaar.

Onder anciënniteit van minimum 5 jaar wordt verstaan: gedurende de vijf opeenvolgende jaren voorafgaand aan het toekenningsjaar tewerkgesteld worden door dezelfde werkgever, ongeacht de duur van de prestaties in de betrokken jaren.

Het uiteindelijk toe te kennen bedrag wordt berekend volgens dezelfde modaliteiten als deze van toepassing voor de eindejaarspremie. Deze berekening gebeurt over een referteperiode van 12 maanden, met name het kalenderjaar voorafgaand aan het toekenningsjaar.

Inactiviteitsdagen buitenland

Een inactiviteitsdag in het buitenland wordt vergoed door een afwezigheidspremie gelijk aan 93,28€. Voor deze inactiviteitsdag moet de ARAB-vergoeding niet betaald worden. Voor een dagelijkse diensttijd tot 6 uur, enkel gepresteerd in het buitenland in het kader van een meerdaagse reis, ontvangt de bestuurder 93,28€. De ARAB-vergoeding wordt dan berekend in functie van de duur van de diensttijd.

Rust in het buitenland - Pendelreizen

De werkgever moet ervoor zorgen dat de bestuurder die een pendeldienst uitvoert op de plaats van bestemming of in de nabijheid over een passende slaapaccommodatie beschikt. Onder passende slaapaccommodatie op de plaats van bestemming wordt een éénpersoonskamer verstaan waar de chauffeur in een zo groot mogelijke mate van privacy van een ongestoorde dagelijkse rust kan genieten. Tevens moet de werknemer over een toilet en een douche beschikken.

Forfaitaire vergoeding rust in het buitenland

Voor autocarchauffeurs die hun verplichte dagelijkse of wekelijkse rust in het buitenland nemen, bestaat de mogelijkheid om een forfaitaire vergoeding toe te kennen per rustperiode gespendeerd in het buitenland. Een wekelijkse rusttijd wordt in dit geval aanzien als twee rustperiodes. Deze vergoeding wordt aanzien als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever of de vennootschap. Het bedrag maakt dus geen deel uit van het loon van de chauffeur en is als dusdanig ook niet belastbaar. In de circulaire die de materie regelt, worden maximumbedragen vastgesteld. Deze maxima zijn dezelfde als de bedragen van de 'forfaitaire verblijfsvergoedingen' vastgesteld per land voor ambtenaren van de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Wanneer bepaalde kosten die verband houden met de leef- en werkomstandigheden van de chauffeur zelf, rechtstreeks door de werkgever worden ten laste genomen, dan moet bovenvermeld maximumbedrag met het bedrag van die rechtstreeks ten laste genomen kosten worden verminderd. Hiermee worden o.a. de ARAB-vergoeding, maaltijdcheques, verblijfsvergoeding ... bedoeld. Op de voorgaande regel wordt een uitzondering gemaakt voor logementskosten die de werkgever rechtstreeks ten laste neemt. Deze kosten moeten niet afgetrokken worden van het maximumbedrag. Een zelfde uitzondering wordt gemaakt voor bewezen logementskosten die terugbetaald worden aan de chauffeur in zoverre dat deze vergoeding het maximumbedrag niet overschrijdt. Als dit wel het geval is, wordt het deel van de vergoeding dat het maximumbedrag overschrijdt aanzien als loon en als dusdanig belast.

Verplaatsing naar autocar met een ander vervoermiddel

Wanneer een chauffeur zijn dienst begint of eindigt buiten de onderneming, ontvangt hij voor iedere verplaatsing van meer dan 6 uur, een bedrag van 93,28€. Als deze verplaatsing minder dan 6 uur inneemt, wordt hem 68,79€ toegekend. Let op: dit geldt enkel voor verplaatsingen gemaakt met een ander vervoermiddel dan de eigen autocar.

3. Maandelijks prestatieblad

Een maandelijks prestatieblad werd ingevoerd vanaf 1 juli 2009. Het prestatieblad wordt in 2 exemplaren opgesteld (één bestemd voor de chauffeur en één bestemd voor de werkgever) en dient de volgende minimale voorschriften te bevatten: *de periode van referentie; *de identificatie van de werkgever; *de naam en de voornaam van de werknemer; * de anciënniteit van de werknemer in het bedrijf; * de dag en de datum van de dagelijkse prestaties; * de aard en de duur van de dagelijkse prestaties * de gelijkstellingen en afwezigheden zoals ziekte, arbeidsongeval, tijdelijke werkloosheid, verlofperiode, klein verlet, feestdag, inhaalrust zondagwerk, enz.; de eventuele opmerkingen; * de opmaakdatum van het prestatieblad.

4. Bijstandpolis

Vanaf 1 januari 2008 moet aan de chauffeurs een bijstandspolis toegekend worden geldig tijdens hun beroepsverplaatsingen. Deze polis, afgesloten door de autocarondernemers, moet minstens de volgende waarborgen na ziekte of ongeval dekken: * transport en repatriëring zonder beperking; * medische kosten in het buitenland tot 125.000 euro per persoon; * medische nabehandelingskosten in België na een ongeval in het buitenland tot 6.250 euro per persoon; * bijstand in geval van overlijden; * vroegtijdige terugkeer vanuit het buitenland omwille van een dringende reden; * verblijfsverlenging of-verbetering omwille van medische redenen; * opsporings- en reddingskosten in het buitenland tot 3.750€ per persoon; * doorgeven van dringende boodschappen; * opsturen van een vervangingschauffeur in geval van medische onbeschikbaarheid.


Relevante wetgeving:

©2021 Instituut voor de autoCar en de autoBus, alle rechten voorbehouden

Nederlands / Français