1. Beroepsclassificatie

De beroepsclassificatie van het garagepersoneel ligt vervat in CAO 29 april 2014. Het garagepersoneel wordt in tien categorieën ingedeeld in functie van de hoofdactiviteit waaronder de door hen uitgevoerde activiteiten vallen, de aard van de uitgevoerde werken, de beroepsbekwaamheid en de graad van zelfstandigheid bij de uitvoering van de werken. Aan deze functieklassen worden referentiefuncties toegewezen. Deze referentiefuncties zijn ijkpunten dienstig bij het toewijzen aan een functieklasse van bestaande, nieuwe of gewijzigde functies zoals ze kunnen voorkomen in de ondernemingen die onder het Paritair Comité Garagepersoneel onderworpen zijn. Deze referentiefuncties zijn verschillend naargelang de activiteit van de onderneming. Hierna volgt een opsomming van de verschillende referentiefuncties behorende tot de verschillende activiteiten van ondernemingen.

Categorie A.1. Tot categorie A.1. behoort de arbeider die geen bijzonder kennis, ondervinding of bepaalde fysische geschiktheid moet bezitten. Hij heeft geen specifieke vorming nodig en voert de eenvoudigste werken uit waarvoor slechts het volgen van uitvoeringsonderrichtingen wordt vereist. Hij voert bovendien geen andere taken uit dan: * pompbediende * wasser * portier

Categorie A.1.1. Tot categorie A.1.1. behoort de arbeider, zoals omschreven onder A.1. en die 10 jaar anciënniteit heeft in de onderneming.

Categorie A.1.2. Tot categorie A.1.2. behoort de arbeider, zoals omschreven onder A.1. en die 20 jaar anciënniteit heeft in de onderneming.

Categorie A.2. Tot de categorie A.2. behoort de arbeider die geen bijzonder kennis, ondervinding of bepaalde fysische geschiktheid moet bezitten. Hij heeft geen specifieke vorming nodig en voert de eenvoudigste werken uit waarvoor slechts het volgen van uitvoeringsonderrichtingen wordt vereist. Worden in deze categorie ingedeeld; * de vager * de nachtwaker * de wasser van onderdelen * de glanzer van nieuwe voertuigen * de hulpmonteur banden * de chauffeur

Catergorie A.2.1. Tot categorie A.2.1 behoort de arbeider, zoals omschreven onder A.2. en die 10 jaar anciënniteit heeft in de onderneming.

Categorie A.2.2. Tot de categorie A.2.2 behoort de arbeider, zoals omschreven onder A.2. en die 20 jaar anciënniteit heeft in de onderneming.

Categorie B.1. Tot de categorie B.1. behoren volgende referentiefuncties voor volgende activiteiten: * personen- en lichte bedrijfswagens < 3,5 ton: hulpmecanicien; * bedrijfs- en vrachtwagens vanaf 3,5 ton: hulpmecanicien; * logistiek en magazijn: magazijnmedewerker; * koetswerk: voorbereider spuiter en voorbereider plaatbewerker; * bandenmontage: bandenmonteur; * fastfitter: fastfitter junior.

Categorie B.2. Tot de categorie B.2. behoren volgende referentiefuncties voor volgende activiteiten: * personen- en lichte bedrijfswagens < 3,5 ton: onderhoudsmecanicien; * brom-, motorfietsen en scooters: onderhoudsmecanicien; * bedrijfs- en vrachtwagens vanaf 3,5 ton: onderhoudsmecanicien; * depannage: takelaar < 3,5 ton; * bandenmontage: bandenmonteur hersteller; * fastfitter: fastfitter monteur.

Categorie C.1. Tot de categorie C.l. behoren volgende referentiefuncties voor volgende activiteiten: * personen- en lichte bedrijfswagens < 3,5 ton: mecanicien; * brom-, motorfietsen en scooters: mecanicien; * bedrijfs- en vrachtwagens vanaf 3,5 ton: mecanicien; * logistiek en magazijn: magazijnhouder; * depannage: pechverhelper; * koetswerk: plaatwerker en spuiter; * fastfitter: fastfitter elektronica.

Categorie C.2. Tot de categorie C.2. behoren volgende referentiefuncties voor volgende activiteiten: * personen- en lichte bedrijfswagens < 3,5 ton: specialist; * bedrijfs- en vrachtwagens vanaf 3,5 ton: specialist * logistiek en magazijn: magazijnmeester; * depannage: takelaar-berger (alle tonnages); * koetswerk: koetswerkbouwer en autoschadehersteller.

Categorie D.1. Tot de categorie D1 behoren volgende referentiefuncties voor volgende activiteiten: * personen- en lichte bedrijfswagens < 3,5 ton: technicus; * brom-, motorfietsen en scooters: technicus; * bedrijfs- en vrachtwagens vanaf 3,5 ton: technicus; * depannage: mobiele technicus (wegenwachter).

Categorie D.2. Tot de categorie D2 behoren volgende referentiefuncties voor volgende activiteiten: * personen- en lichte bedrijfswagens < 3,5 ton: technicus buiten categorie; * bedrijfs- en vrachtwagens vanaf 3,5 ton: technicus buiten categorie.

2. Loonstelsel

Het garagepersoneel, tewerkgesteld in de personenvervoerbedrijven, valt eveneens onder de bevoegdheid van het Nationaal Paritair Comité voor het Vervoer. In de bedrijven voor personenvervoer worden echter wel de beroepsclassificatie en de basisuurlonen van het Paritair Comité nr.112 (garagebedrijf) toegepast. CAO 22 april 2010 voert een nieuwe beroepsclassificatie in die van toepassing is sinds 1 september 2010. Op 1 Februari 2021: index van 0,77% voor de schaallonen (spanning 100) en voor de reële lonen (zonder met deze loonspanning rekening te houden). Hieronder de nieuwe minimumlonen:

3. Eindejaarspremie

De eindejaarspremie bedraagt het uurloon van december van het lopende kalenderjaar x 38 x 52 : 12. Dit bedrag wordt verminderd met het voorschot dat gestort wordt door het Sociaal Fonds op het bankrekeningnummer van de werknemer. Betalingsdatum van het voorschot: half december.

Beschrijving * Referentieperiode : 1 december van het vorige kalenderjaar tot 30 november van het lopende kalenderjaar * Betalingsdatum : vóór 20 december van het lopende kalenderjaar * Anciënniteit werknemer : ten minste 3 maanden in de onderneming * Gelijkgestelde perioden: alle gevallen van schorsing van de arbeidsovereenkomst, behalve: - Wegens gewone ziekte of ongeval wordt de gelijkstelling begrensd tot maximum 30 kalenderdag per referteperiode - Wegens arbeidsongeval of beroepsziekte wordt de gelijkstelling begrensd tot de eerste 12 maanden van de ononderbroken arbeidsongeschiktheid - Wegens economische werkloosheid wordt de gelijkstelling begrensd tot maximum 150 dagen per referteperiode - Voor elke niet gelijkgestelde dag wordt de eindejaarspremie met 1/260ste verminderd * Naar rato eindejaarspremie: In de onderstaande gevallen is de eindejaarspremie gelijk aan 1/12 per maand tewerkstelling in de referteperiode, waarbij elke begonnen maand telt voor een volledige maand: - indiensttreding sedert ten minste 3 maanden, maar met minder dan 1 jaar anciënniteit in de onderneming op het einde van de referentieperiode - gepensioneerd of werkloos met bedrijfstoeslag in de referentieperiode - ontslag door de werkgever (behalve om dringende reden) - overlijden van de werknemer tijdens de referteperiode - werknemer die vrijwillig de onderneming verlaat, terwijl het zich in een periode van economische werkloosheid bevindt - beëindiging arbeidsovereenkomst door een deeltijdse werknemer om meer uren tewerkgesteld te worden - werknemer met 10 jaar of meer anciënniteit in de onderneming die vrijwillig de onderneming verlaat - beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens overmacht - Werk voor bepaalde duur (minstens 3 maanden): naar rato van de geleverde prestaties * Deeltijds werk: naar rato van de gepresteerde arbeidsduur

Verlies van het recht: * Beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling akkoord en zonder een schriftelijke clausule omtrent de eindejaarspremie * Opzegging door de werknemer (behalve de bovenstaande gevallen) en niet meer in dienst op het einde van de referentieperiode * Ontslag om dringende reden

Voorbeeld:

Werknemer A.2. met 10 jaar anciënniteit: 38h regime = (13,21 € x 38 x 52): 12 = 2.175,25 €.

4. Ecocheques

Met ecocheques kan het garagepersoneel ecologische diensten en producten aanschaffen die in de bijgevoegde lijst op de CAO nr. 98 van de Nationale Arbeidsraad (NAR) vermeld staan. Deze lijst is beschikbaar op de website van de nationale arbeidsraad. De geldigheid van de ecocheques is beperkt tot 24 maanden vanaf de datum van ter beschikkingstelling aan het personeel. De hoogste nominale waarde van de ecocheque bedraagt 10€ per cheque.

Toekenning van ecocheques Aan elke voltijds tewerkgestelde arbeider worden twee semestriële schijven van ecocheques betaald, elk ter waarde van 125€. De betaling van deze ecocheques vindt plaats op de volgende tijdstippen: * ten laatste op 15 juni en behelst de referteperiode van 1 december van het voorgaande jaar tot en met 31 mei van het lopende jaar; * ten laatste op 15 december en behelst de referteperiode van 1 juni tot en met 30 november van het lopende jaar.

Prestaties en gelijkstellingen Voor de toekenning van de ecocheques wordt per referteperiode rekening gehouden met de gewerkte dagen van de arbeider die voltijds is tewerkgesteld. Met gewerkte dagen worden gelijkgesteld alle dagen die zijn opgenomen in artikel 6, § 3 van de hierboven vermelde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 98: * alle dagen waarvoor de betrokken arbeider loon (bv. gewaarborgd maandloon in geval van ziekte, loon bij klein verlet) of vakantiegeld hebben gekregen; * de dagen moederschapsverlof; * de dagen arbeidsongeschiktheid gedekt door een vergoeding die wordt toegekend overeenkomstig de CAO nr. 12bis van 26 februari 1979 (de bijkomende vergoeding gekregen door de arbeiders en door dewelke een gewaarborgt loon wordt aan hen toegekend in geval van ziekte). Bovendien worden ook met gewerkte dagen gelijkgesteld, alle dagen van tijdelijke werkloosheid en 30 dagen ziekte of (arbeids-) ongeval bovenop de dagen gedekt door gewaarborgd maandloon. Uitzendkrachten die werken voor bedrijven die onder het Paritair Comité 112 vallen, hebben ook recht op ecocheques. Dit onder dezelfde voorwaarden als hiervoor beschreven en pro rata zoals hierna beschreven. De uitbetaling gebeurt ten laste van het uitzendkantoor dat hen tewerk stelt.

Pro rata toekenning Er wordt een pro rata uitbetaald in de volgende gevallen: * arbeiders die in de loop van het betrokken semester in de onderneming in dienst of uit dienst treden, hebben recht op een pro rata van semestriële schijven a rato van 1/25e per week met een maximum van 25/25sten. Voor de toepassing van deze alinea wordt met week bedoeld, elke week waarin minimum één dag wordt gewerkt of gelijkgesteld; * deeltijdse arbeiders hebben recht op een pro rata in functie van de tewerkstellingsbreuk. De tewerkstellingsbreuk is de verhouding tussen de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van de arbeider en de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van een voltijdse arbeider (38 u). Bij uitdiensttreding dienen de ecocheques, die pro rata worden toegekend, te worden uitbetaald ten laatste op het moment van de uitdiensttreding.

Recurrentie Elke vorm van invulling van de koopkracht geldt voor onbepaalde duur. De waarde van de koopkracht bedraagt 250€ per jaar (inclusief RSZ-bijdragen voor werkgever en werknemer) vanaf 2011.


©2021 Instituut voor de autoCar en de autoBus, alle rechten voorbehouden

Nederlands / Français