Tussenkomst werkgever in de vervoerskosten

De arbeid(st)ers die gebruik maken van de trein voor hun woon-werkverkeer, hebben recht ten laste van de werkgever op een terugbetaling van de gedragen kosten ten belope van gemiddeld 75% van de prijs van de treinkaart voor de afstand afgelegd tussen de woonplaats en de werkplaats. De tussenkomst van de werkgever is in functie van de geldigheidsduur van de kaart enerzijds en van de afgelegde afstand anderzijds. De tabellen met de werkgeversbijdragen zijn terug te vinden in de CAO nr.19octies van de NAR. De bedragen worden om de twee jaar door de sociale partners onderhandeld. De arbeid(st)ers die zich met de bus, tram of metro naar hun werk begeven, hebben ook recht op een tussenkomst in de vervoerskosten, maar op voorwaarde dat de woon-werkverplaatsing minstens 5 km bedraagt, gerekend vanaf de vertrekhalte. De tussenkomst van de werkgever wordt als volgt berekend: * de kostprijs van het vervoer staat in verhouding tot de afgelegde afstand: de werkgeverstussenkomst is gelijk aan de bijdrage in de prijs van een treinkaart voor een overeenstemmende afstand. De tussenkomst mag evenwel 75% van de werkelijke vervoerprijs niet overschrijden; * de kostprijs van het vervoer is forfaitair vastgesteld, ongeacht de afgelegde afstand: de werkgeversbijdrage wordt forfaitair bepaald op 71,8% van de effectief betaalde prijs. De tussenkomst mag evenwel niet hoger liggen dan het bedrag van de werkgeversbijdrage in de prijs van een treinkaart voor een afstand van 7 km. Indien de werknemer zich met een privévervoermiddel naar het werk begeeft, kan de werkgever een tussenkomst toekennen, doch hij is dit niet verplicht. Indien op het vlak van de onderneming gunstiger voorwaarden bestaan dan diegene hierboven uiteengezet, blijven deze behouden. De arbeiders en arbeidsters kunnen op deze vergoedingen geen aanspraak maken, wanneer de werkgever hun vervoer kosteloos verzekert met eigen middelen.


©2021 Instituut voor de autoCar & de autoBus, alle rechten voorbehouden

Nederlands / Français