Geregeld vervoer

1. Definitie

Met geregeld vervoer wordt bedoeld het personenvervoer verricht voor rekening van de Vlaamse Vervoermaatschappij (VVM) en de Opérateur de Transport en Wallonie (OTW), ongeacht de capaciteit van het voertuig en ongeacht het soort aandrijving van de gebruikte vervoermiddelen. Dit vervoer wordt verricht volgens de volgende criteria: * een welbepaald traject en een welbepaald, geregeld uurrooster; * de passagiers worden opgehaald en afgezet aan vooraf vastgelegde halten; * dit vervoer is toegankelijk voor iedereen, zelfs indien het verplicht is de reis op voorhand te reserveren.

2. Loonstelsel

Uurloon

Na de regionalisering van het openbaar stads- en streekvervoer werd ook in het subcomité geregeld vervoer van het Nationaal Paritair Comité voor het Vervoer in 1991 voor het eerst een CAO afgesloten met betrekking tot de sociale programmatie 1991 waarbij voor sommige loonelementen een onderscheid wordt gemaakt tussen het Nederlandstalige en Franstalige landsgedeelte. Hierna zal voor deze loonelementen steeds de regeling worden vermeld die van toepassing is op de verhuurders die voor rekening van de Vlaamse Vervoermaatschappij werken evenals op de verhuurders die rijden in opdracht van OTW.

Het uurloon van het rijdend personeel wordt bepaald in functie van hun anciënniteit. De lonen zijn gebonden aan de evolutie van de gezondheidsindex. Bij overschrijding van de spilindex door het gemiddelde indexcijfer over de voorbije vier maanden worden de lonen met 2% verhoogd vanaf de tweede daaropvolgende maand. Sedert 1 januari 1991 is het uurloon voor het rijdend personeel in het geregeld vervoer verschillend in Vlaanderen en in Wallonië.

Loonschaal verhuurders Vlaamse vervoermaatschappij (VVM)

De afgevlakte gezondheidsindex (107,25) bereikte de spilindex in februari 2020. Bijgevolg worden de lonen op 01/04/20 met 2% verhoogd. De nieuwe spilindex bedraagt 109,34. Opgelet! Het einde van de geldelijke loopbaan wordt vanaf 1 januari 2014 verlengd met de toekenning van een halve biënnale na twee jaar. Hieronder vindt u de nieuwe uurlonen:

Loonschaal verhuurders OTW

De afgevlakte gezondheidsindex (107,25) bereikte de spilindex in februari 2020. Bijgevolg worden de lonen op 01/04/20 met 2% verhoogd. De nieuwe spilindex bedraagt 109,34. Hieronder vindt u de nieuwe uurlonen:

Maandtoelage

Deze maandelijkse premie is gebonden aan de gezondheidsindex. Ze bedraagt: * OTW: 106,56 € * VVM: 150,80 € De werknemers die in de betrokken maand minstens tien effectieve werkdagen werken, hebben recht op de totaliteit van de maandelijkse premie. De vakantiedagen worden gelijkgeschakeld met effectieve arbeidsprestaties. De personeelsleden die tijdens de betrokken maand hun ontslag hebben gegeven of omwille van dringende redenen werden ontslagen, verliezen het recht op de maandtoelage voor de maand in kwestie.

Overuren

In het geregeld vervoer zijn de grenzen voor overuren de volgende : * 10u/dag * 50u/week. Voor VVM : de grens van 50u/week kan onder bepaalde voorwaarden worden verhoogt tot 70u/week (vanaf 01/01/2020) * gemiddeld 38u/week over een periode van 13 weken voor OTW en gemiddeld 37u/week over een periode van 13 weken voor VVM.

Onvoorziene prestaties

Eventuele aanvullende prestaties waarvan de betrokken werknemer de dag tevoren niet op de hoogte is gesteld. Het is dus een prestatie die op dezelfde dag wordt gevraagd. De onvoorziene prestaties worden vergoed met een toeslag van 25% van het uurloon.

Zaterdagarbeid

Voor het rijdend personeel van VVM-verhuurders worden de lonen bij prestaties op zaterdag met 25% verhoogd. Voor het rijdend personeel van OTW-verhuurders worden de lonen bij prestaties op zaterdag met 10% verhoogd.

Zondagarbeid en arbeid op feestdagen

Bij arbeid op zon- en feestdagen worden de lonen met 100% verhoogd. Vanaf 1 november 1991 werd de stationnementspremie op zon- en feestdagen eveneens vermeerderd met 100% toeslag voor werk op zon- en feestdagen.

Nachtarbeid

Alle werkzaamheden tussen 20.00 uur en 6.00 uur worden beschouwd als nachtwerk. Deze diensten worden vergoed met een bijkomende premie van 1,56€/uur, eveneens gekoppeld aan de index.

Stationnementspremie

Stationnement is een periode van stilstand aan de lijn; de werknemer kan vrijelijk over zijn of haar tijd beschikken. Het stationnement is inbegrepen in de amplitude (diensttijd). Stationnement wordt niet als arbeidstijd beschouwd en komen niet in aanmerking voor de bepaling van de arbeidstijd en de overuren. Nochtans worden 15 minuten per stationnement, namelijk 5 minuten na aankomst en 10 minuten vóór vertrek, beschouwd arbeidstijd, in zover de werkman tijdens het stationnement niet tot effectieve arbeidsprestaties van langere duur is verplicht.

VVM: per stationnement worden 15 minuten beschouwd en betaald als werktijd. Voor de volgende 30 minuten wordt een premie betaald die gelijk is aan 100% van het uurloon. Voor de resterende tijd een premie gelijk aan 50% van het uurloon.

Voorbeeld: Stationnementduur: 60'. Premie: * 15' betaald als werktijd *30’ betaald aan 100% * 30' betaald aan 50%

OTW: per stationnement worden 15 minuten beschouwd als werktijd. Voor de eerste 30 minuten wordt een premie betaald die gelijk is aan 100% van het uurloon. De helft van de resterende tijd wordt betaald in de vorm van een premie die gelijk is aan 100% van het uurloon.

Voorbeeld: Stationnementduur: 60'. Premie: *30’ betaald aan 100% *30'/2 betaald aan 100%

Voor zondagen en feestdagen wordt de stationnementpremie berekend op basis van het uurloon plus de 100% toeslag voor zondagen en feestdagen (regeling geldig voor VVM- en OTW-verhuurders).

Onderbreking

De onderbreking wordt niet beschouwd als arbeidstijd. De vergoeding wordt als volgt berekend: * de eerste onderbreking van de dag wordt slechts vergoed op voorwaarde dat ze maximum één uur duurt. In dat geval wordt een premie betaald gelijk aan het loon betaald voor de duur van de onderbreking. * wanneer deze eerste onderbreking van de dag langer duurt dan één uur, is de regeling als volgt : a. VVM-verhuurders: premie van 3,07€ (vanaf 1 april 2020) b. OTW-verhuurders: geen vergoeding * vanaf de tweede onderbreking wordt een premie betaald gelijk aan het loon voor de duur van de onderbreking met een maximum van 60'.

Voorbeeld Eerste onderbreking: -bezoldigd als het maximaal 1 uur duurt -als het meer dan 1 uur duurt: geen premie (OTW) - premie van 3,07€ (De Lijn)

Tweede onderbreking: premie = loon voor de duur van de verlaging met een maximum van 60'

Eindejaarspremie

VVM - de eindejaarpremie wordt als volgt berekend: (uurloon december 14 jaar anciënniteit x 37 x 52) : 12. Het aldus verkregen bedrag wordt vermeerderd met 123,95€. Betalingsdatum van het voorschot: half december.

OTW - de eindejaarpremie wordt als volgt berekend : (uurloon december 14 jaar anciënniteit x 38 x 52) : 12. Betalingsdatum van het voorschot: half december.

OTW - VVM : het Sociaal Fonds betaalt een voorschot aan de leden van het rijdend personeel die recht hebben op deze eindejaarspremie. De wergever betaalt het te betalen bedrag op basis van de toekenningsmodaliteiten, verminderd met het voorschot.

Referentieperiode: kalenderjaar

Betalingsdatum: vóór 31 december van het referentiejaar

Anciënniteit chauffeur: geen Modaliteiten : de personeelsleden die gedurende het volledige referentiejaar hebben gewerkt, ontvangen het totale bedrag van de premie

Gelijkgestelde perioden:

* Wettelijke vakantie dagen * Voor het rijdend personeel van VVM-verhuurders: de dagen werkloosheid wegens het coronavirus tijdens de periode van 18 maart 2020 tot en met 3 mei 2020 Premie berekend naar rata van de maanden arbeidsprestaties : De personeelsleden die in de loop van het referentiejaar : * toegetreden zijn tot werkloosheid met bedrijfstoeslag of met pensioen zijn gegaan ; * in dienst zijn getreden ; * ziek zijn geweest of arbeidsongeschikt zijn ten gevolge van een arbeidsongeval gedurende meer dan 6 maanden ; * werden ontslagen (behalve om dringende reden) ; bekomen de premie berekend naar rata van de maanden arbeidsprestaties. In de bovenstaande gevallen telt een effectieve arbeidsprestatie van ten minste 10 dagen voor een volledige maand. Deeltijds werk: naar rato van de wekelijkse arbeidsduur. Verlies van recht: * Opzegging door de werknemer in de referentieperiode en niet meer in dienst op 31 december van dat jaar * Ontslag voor dringende reden

ARAB-vergoeding

De ARAB-vergoeding komt voort uit de bepalingen van het Algemeen Reglement voor bescherming op het werk. Gezien het mobiele karakter van het beroep van chauffeur, waardoor transportbedrijven een aantal sanitaire voorzieningen (kantines, toiletten, drankjes, etc.) niet kunnen aanbieden, is het voor de chauffeur noodzakelijk om gebruik te maken van bestaande particuliere voorzieningen. De ARAB-goeding werd in het leven geroepen als een forfaitaire bijdrage in de kosten die de werknemers in deze context maken. Bijgevolg is deze vergoeding vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en roerende voorheffing.

1) Regeling van toepassing op chauffeurs die vóór 1 juli 2008 zijn aangenomen: * VVM: een vergoeding van 173,48 €/kwartaal sinds 1 januari 2003 * OTW: een vergoeding van 273,18 € per kwartaal sinds 1 oktober 1992. Naast het kwartaalbedrag hebben OTW-chauffeurs recht op een vergoeding van € 2,75/dag, te betalen per daadwerkelijk gewerkte dag.

De vergoeding wordt aan het eind van elk kwartaal betaald.

De toekenningsvoorwaarden zijn : (1) de chauffeurs moeten een effectieve arbeidsprestatie hebben geleverd van minstens 10 dagen in het betrokken trimester en (2) ze mogen niet op eigen initiatief de onderneming hebben verlaten.

2) Regeling van toepassing op chauffeurs die vanaf 1 juli 2008 worden aangeworven:

De ARAB-vergoeding neemt de vorm aan van een maandelijkse vergoeding in plaats van een kwartaalvergoeding: * 57,83 €/maand voor VVM-verhuurbedrijven * 91,06€/maand voor OTW-verhuurbedrijven. Naast het maandbedrag hebben OTW-chauffeurs recht op een vergoeding van € 2,75/dag, te betalen per daadwerkelijk gewerkte dag.

De vergoeding wordt aan het eind van elke maand betaald.

De chauffeurs hebben recht op dit maandbedrag, indien zij beantwoorden aan de volgende voorwaarden: (1) tijdens de betrokken maand effectieve arbeidsprestatie van minstens 10 dagen hebben geleverd en (2) op eigen initiatief de onderneming niet hebben verlaten.

Anciënniteitsverlof

Met ingang van 1 januari 2014 wordt een dag anciënniteitsverlof ingevoerd voor alle leden van het rijdend personeel met minstens vier jaar anciënniteit (VVM) of vijf jaar anciënniteit (OTW). Vanaf 2016 wordt een extra dag anciënniteitsverlof toegekend aan het rijdend personeel van de OTW. De toekenning ervan gebeurt op basis van de dienstanciënniteit verworven op 1 juli van het toekenningsjaar. Bij deeltijdse tewerkstelling wordt het anciënniteitsverlof geproratiseerd in functie van het arbeidsregime.

Vrijverkeerkaarten

Vanaf 1 maart 1992 genieten alle personeelsleden en hun rechthebbenden (gezinsleden) van de VVM- en OTW-verhuurders van een gratis vrijverkeerkaart op de netten van VVM en OTW. Ook de gepensioneerde personeelsleden hebben recht op dergelijke vrijverkeerkaarten. Voor hen die met pensioen gingen vanaf 1 januari 1993, valt de kost van de kaart ten laste van de laatste werkgever. Voor hen die met pensioen gingen vóór 31 december 1992 en een anciënniteit van 10 jaar in de sector hebben, wordt de kost van de kaart (74,37€) ten laste genomen door het Sociaal Fonds van de sector. De langstlevende partner van een overleden titularis heeft ook recht op de vrijverkeerkaart, wanneer zij op het moment van het overlijden minimum één jaar gehuwd waren of samenwoonden. De echtgeno(o)t(e) of de partner van de titularis verliest het recht op de kaart, wanneer hij/zij hertrouwt. De kinderen die een kaart hebben op het moment van overlijden van de titularis, houden hun kaart zolang zij recht geven op kinderbijslag. De kaart is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. In geval van fraude wordt zij onmiddellijk ingetrokken.

3. Specifiek VVM

Feestdag Vlaamse Gemeenschap

Vanaf 1992 wordt ter gelegenheid van deze feestdag (11 juli) een verlofdag toegekend die in overleg tussen werkgever en werknemer moet worden genomen en vergoed wordt op basis van het systeem van klein verlet.

Maaltijdcheques

Er worden aan het rijdend personeel van de VVM-exploitanten maaltijdcheques toegekend. De waarde van de cheque bedraagt 4,72 euro. De werkgeversbijdrage bedraagt 3,63€ per cheque. De werknemersbijdrage bedraagt 1,09€ per cheque. Met ingang van 1 januari 2016 werd de werkgeversbijdrage met 1€/cheque verhoogd.

Geschenkencheque

Chauffeurs van de VVM-exploitanten jaarlijks op 1 januari een geschenkencheque ter waarde van € 35 ontvangen. De waarde van deze cheque wordt geprorateerd op basis van het globaal tewerkstellingspercentage over het voorbije jaar. Er wordt bijgevolg enkel geprorateerd op basis van het statuut voltijds - deeltijds en niet op basis van de afwezigheden tijdens het voorbije jaar, bv. omwille van ziekte. Bij indiensttreding in de loop van het voorbije jaar wordt er op dezelfde manier geprorateerd. De chauffeur moet in dienst zijn op 01/01/21 en de verdeling van de cheques gebeurt eind januari.

Fietsvergoeding

Chauffeurs voor VVM-exploitanten die minimaal 1 km van huis naar het werk fietsen (enkele reis) krijgen vanaf 1 augustus 2011 een fietsvergoeding. De fiets moet worden gebruikt als vervoermiddel voor de gehele reis naar de thuiswerkplek of voor een deel van de reis naar de thuiswerkplek (voor of na het gebruik van een ander vervoermiddel). Vanaf 1 januari 2014 wordt de fietsvergoeding verhoogd naar € 0,21 per km. De fietsvergoeding wordt maandelijks betaald op basis van het aantal daadwerkelijke werkdagen dat de fiets wordt gebruikt. De fietsvergoeding kan niet worden gecombineerd met andere vergoedingen voor dezelfde reis.

Ecocheques

Aan de chauffeurs worden éénmalig ecocheques toegekend ter waarde van € 210. Voor deeltijdsen wordt dit bedrag geproratiseerd in functie van hun arbeidsregime. De referteperiode waarover de toekenning wordt berekend, loopt van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019.

De ecocheques worden toegekend volgens de volgende modaliteiten: 1) de chauffeurs die het volledige jaar 2019 hebben gewerkt, ontvangen het totale bedrag van de ecocheques, in voorkomend geval geproratiseerd op basis van het arbeidsregime; 2) de chauffeurs die in de loop van 2019 : * toegetreden zijn tot SWT of met pensioen zijn gegaan; * in dienst zijn getreden; * ziek zijn geweest; * arbeidsongeschikt zijn geweest t.g.v. een arbeidsongeval; * werden ontslagen om een andere dan dringende reden bekomen deze ecocheques berekend prorata van de maanden arbeidsprestatie. Een effectieve arbeidsprestatie van ten minste 10 dagen telt voor een volledige maand tewerkstelling. De vakantiedagen worden gelijkgesteld met dagen arbeidsprestaties. 3) de chauffeurs die in 2019 hun opzegging hebben betekend en niet meer in dienst zijn op 31/12/19 of werden ontslagen om dringende reden, verliezen het recht op de ecocheques.

De ecocheques worden uiterlijk op 31/12/19 toegekend.

4. Specifiek OTW

Hitte-uren

Bij overschrijding van 27°C onder thermometerhut bij het KMI te Ukkel wordt een premie toegekend gelijk aan één uur loon vanaf een minimumprestatie van 4u.

Anciënniteitspremie

Een anciënniteitspremie wordt toegekend: * 25 jaar: 200€ * 35 jaar: 375€

Aanmoedigingspremie - Niet-recurrente bonus

De aanmoedigingspremie is een niet-recurrente bonus die wordt toegekend wanneer de inkomsten van de OTW-TEC-groep sneller stijgen dan de loonkosten. De OTW-TEC groep betaalt de premie aan haar eigen personeel. Het personeel van de privé-exploitanten krijgen dezelfde premie toegekend door hun eigen werkgever.

Omdat in 2018 de inkomsten van OTW-TEC sneller stegen dan de loonkosten wordt de premie in 2019 toegekend. Het bedrag voor 2019 bedraagt 129,12 € bruto. De werkgever betaalt een bijzondere sociale zekerheidsbijdrage van 33% op dit bedrag. De chauffeur betaalt een persoonlijke RSZ-bijdrage van 13,07%. Het nettobedrag gestort aan de werkgever bedraagt daarom 112,24€. De bonus wordt betaald met het loon van juli 2019.

De bonus wordt onder de volgende voorwaarden toegekend aan chauffeurs die werkzaam waren * de bonus wordt toegekend pro rata het gemiddelde arbeidsregime; * de bonus wordt toegekend pro rata het aantal gewerkte maanden voor werknemers die in dienst traden; * de bonus wordt toegekend pro rata het aantal gewerkte maanden voor werknemers waarvan het arbeidscontract een einde nam. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor werknemers die ontslag namen behalve wanneer dit gebeurde om dringende redenen. Ook werknemers die om dringende redenen ontslagen werden zijn uitgezonderd van de winstdeelnamepremie en; * de bonus wordt toegekend pro rata de maanden arbeidsongeschiktheid omwille van ziekte. Voor de berekening van de bonus pro rata de gewerkte maanden of de maanden van arbeidsongeschiktheid, wordt een prestatie van tenminste tien dagen aanzien als een gewerkte maand. Vakantiedagen, wettelijke feestdagen, moederschapsverlof en dagen van arbeidsongeschiktheid door arbeidsongeval worden gelijk gesteld met gepresteerde werkdagen.

Er was geen bonus voor 2018. De stijging van de loonkosten was in 2017 zelfs groter dan die van de inkomsten. Dit is het gevolg van de indexering en de sociale programmering 2017-2018.

De bonus voor 2017 van het rijdend personeel (OTW) bedroeg bruto 19,06€.

Invaliditeitsrente

Het voortlopend voordeel van 0,56%, toegekend aan het rijdend personeel van de OTW-verhuurders in het kader van de sociale programmatie '97-'98, bestaat uit een aanvullende verzekering "gewaarborgd inkomen" bij ziekte vanaf 1 augustus 1997.

Wat? De werkgever treedt toe tot de collectieve verzekeringspolis die door de CFA ten gunste van het rijdend personeel van de OTW-verhuurders werd afgesloten. Deze polis voorziet in de betaling van een invaliditeitsrente door de verzekeraar in geval van economische invaliditeit ten gevolge van een ziekte of een ongeval in het privéleven. Economische invaliditeit is de vermindering van de arbeidsgeschiktheid van de werknemer rekening houdend met het beroep dat hij uitoefent en zijn herscholingsmogelijkheden.

Wie? Begunstigden zijn de leden van het rijdend personeel van de OTW-verhuurders tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk. Het voordeel geldt zowel voor voltijdsen als voor deeltijdsen. Het geldt eveneens voor arbeiders die gemengde prestaties leveren. Dit zijn arbeiders die voltijds werken en die zowel geregeld, bijzonder geregeld als ongeregeld vervoer verrichten. Om aanspraak te kunnen maken op het voordeel, moeten deze arbeiders tijdens het voorbije semester minstens 456 uren effectieve prestaties geleverd hebben in de openbare autobusdiensten.

Vanaf wanneer? De verzekeringspolis trad in werking op 1 augustus 1997. Het personeel dat op die datum in dienst was, is automatisch verzekerd voor alle ongeschiktheden vanaf 1 augustus 1997. Hiertoe moest de werkgever het aansluitingsformulier invullen en naar Van Breda & C° sturen vóór 1 oktober 1997. De nieuw aangeworven arbeiders zijn verzekerd vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de proefperiode eindigt. Indien de arbeidsovereenkomst geen proefbeding bevat, is de arbeider verzekerd vanaf de datum van indiensttreding.

Premie Voor voltijdse werknemers en werknemers met gemengde prestaties betaalt de werkgever een premie van 191,87€/jaar/werknemer bij Fortis AG en 160,35€/jaar/werknemer bij Ethias. Voor deeltijdsen wordt de premie van 191,87€ of van 160,35€berekend pro rata de wekelijkse arbeidsduur. Voor werknemers die in dienst treden in de loop van het jaar wordt de premie eveneens proportioneel berekend. Voor arbeiders tewerkgesteld met een contract van bepaalde duur of voor een duidelijk omschreven werk wordt de premie berekend in functie van de duur van hun tewerkstelling.

Rente De rente bedraagt 5.659,61€ per jaar voor voltijdsen en voor arbeiders met gemengde prestaties. Voor deeltijdsen is dit bedrag proportioneel aan hun wekelijkse arbeidsduur. De rente wordt uitbetaald in 12den of in 365sten van dit totaalbedrag, naargelang zij voor een maand of minder verschuldigd is. Dit bedrag wordt uitgekeerd aan 100%, indien de economische invaliditeit minstens 67% bedraagt. Indien zij minder dan 67 % bedraagt, maar minstens 25%, wordt dit bedrag uitgekeerd pro rata de graad van invaliditeit. Indien de invaliditeit minder dan 25% bedraagt, wordt geen rente uitgekeerd. De rente wordt op 1 januari van elk jaar met 2% geïndexeerd.

Wachttijd Er is een wachttijd voorzien van 90 dagen vanaf de aanvangsdatum van de invaliditeit. Gedurende deze periode is geen rente verschuldigd.

Uitsluitingen Een invaliditeit ten gevolge van een aandoening bestaand op het ogenblik van de aansluiting is niet verzekerd, behalve indien de arbeider gedurende het eerste jaar van aansluiting niet arbeidsongeschikt wordt ten gevolge van deze aandoening. Zijn eveneens uitgesloten: aandoeningen die door medisch onderzoek niet kunnen gecontroleerd worden, zenuw- of geestesaandoeningen zonder objectieve symptomen, ongeschiktheden die het gevolg zijn van gebruik van verdovende middelen, opzet, zelfmoordpogingen, ...

Einde De betaling van de rente eindigt, wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt of wanneer de arbeider: * 60 jaar wordt; * met (brug)pensioen gaat; * overlijdt.

Procedure Binnen 45 dagen na de aanvang van de invaliditeit moet de werknemer aan de verzekeraar een schadeaangifte en een medisch attest bezorgen. Hij bezorgt een kopie van de schadeaangifte aan de werkgever. Formulieren voor schadeaangiften en medische attesten worden door de werkgever ter beschikking gesteld. De verzekeringsmaatschappij kan steeds de invaliditeit door haar geneesheren laten onderzoeken. De werknemer die weigert zich aan een dergelijk onderzoek te onderwerpen, verliest het recht op de rente. Dit geldt eveneens voor de werknemer die toestemming weigert te verlenen aan zijn behandelende geneesheer om zijn medische gegevens door te geven aan de geneesheer van de verzekeringsmaatschappij.

Automatisch overdracht van personeel tijdens de toekenning van een nieuw contract

Toepassingsgebied en principes Zijn betrokken: de werkgevers die geregelde diensten uitvoeren voor rekening van de Société Régionale Wallone des Tranports (SRWT) en hun rijdend en niet-rijdend personeel dat tot de categorie van arbeiders behoort. De regelgeving heeft betrekking op de overdracht van personeel in het geval een contract van de SRWT overgedragen wordt aan een andere onderneming. De nieuwe exploitant wordt de overnemer genoemd, terwijl de oude exploitant met overlater wordt aangeduid. Wanneer ten gevolge van de toekenning van een contract van geregelde diensten een contract door een nieuwe exploitant wordt overgenomen, wordt het personeel dat toegekend is aan het contract automatisch en met volledig behoud van rechten overgedragen aan de nieuwe exploitant, behalve wanneer het personeel een voorstel van reaffectatie binnen het bedrijf van de overlater aanvaardt.

Gevolgen van de overdracht De ondernemer hoeft geen vooropzeg te geven aan zijn personeel omdat de overdracht automatisch gebeurt op het moment dat het nieuwe contract ingaat. Het overgedragen personeel behoudt dan ook: - De verworven anciënniteit - De loons- en arbeidsvoorwaarden die contractueel of per cao afgesproken zijn - Zijn rechten in het geval het personeel tijdskrediet of thematisch verlof opneemt (ouderschapsverlof, verlof voor medische bijstand of palliatief verlof) - Alle mandaten uitgeoefend bij de overlater (Ondernemingsraad, CPBW of syndicale delegatie) en de daaraan gelinkte bescherming tot aan de volgende sociale verkiezingen Het personeel waarvan het contract sinds minder dan 6 maanden geschorst is, wordt overgedragen aan de overnemer. Indien het contract reeds langer geschorst is, wordt het personeel niet overgedragen. De loons- en arbeidsvoorwaarden mogen niet meer worden aangepast na de datum van toekenning van het contract. De overnemer die de verplichting om het personeel over te nemen niet respecteert moet alle kosten verbonden aan het ontslag van het personeel voor zijn rekening nemen.

Procedure Diverse gegevens met betrekking tot het personeel moeten door de oorspronkelijke exploitant aan de OTW overgedragen worden (Zie Bijlage I van de cao). Dezelfde gegevens moeten eveneens overgedragen worden aan de nieuwe exploitant (Zie bijlage II van de cao). In beide gevallen moet de oorspronkelijke exploitant deze gegevens ten laatste binnen de 10 werkdagen na het verzoek overdragen. Indien geen gegevens werden overgedragen of indien de overgedragen gegevens niet correct blijken, dan beschikt de nieuwe exploitant over 5 werkdagen om bijkomende gegevens op te vragen. De oorspronkelijke exploitant moet dan binnen de 3 werkdagen op deze vraag antwoorden. Belangrijk is dat de overnemer contact moet opnemen met de overlater op het moment dat de toekenning definitief is (bij het einde van de stand-still). In het geval tijdens de procedure conflicten of problemen optreden, zal het Verzoeningsbureau van het Paritair Subcomité voor de Autobussen en de Autocars zo snel mogelijk samen komen. In het geval een arbeider door de overnemer ontslagen wordt na de transfert, kan die laatste vragen om opgenomen te worden in de pool van het Sociaal Fonds. De ontslagen werknemer moet die vraag schriftelijk stellen aan de nieuwe exploitant. Deze laatste moet de gegevens van de werknemer binnen de 15 dagen volgend op de vraag aan het Sociaal Fonds overmaken.


© 2021 Instituut voor de autoCar en de autoBus, alle rechten voorbehouden

Nederlands / Français